Nederlandse Trolleybus Vereniging Trolleybussen in Rotterdam 15 oktober 1927
Tekst: Ab Stoeltje
Op 15 oktober 1927 nam de gemeente Rotterdam de particuliere Rotterdamsche Elektrische Tramweg Maatschappij (RETM) over en stichtte de Rotterdamsche Elektrische Tram (RET). Het beleid van het nieuwe bedrijf was er op gericht een vervoersnet op te zetten, waarin de tram een hoofdrol vervulde en de autobus een bijrol(letje). Nadat de gemeenteraad op 29 maart 1928 echter het besluit genomen had dat de RET meer autobuslijnen moest gaan exploiteren, werden zo snel mogelijk alle vergunningen van particuliere busbedrijfjes ingetrokken en na 1 september 1929 had de RET het rijk alleen.   In de daaropvolgende jaren groeide het aantal buslijnen tot 10, met name door de uitbreiding van het Rotterdamse grondgebied. Zo werden in 1934 de gemeenten Hoogvliet en Pernis geannexeerd en in 1941 Hillegersberg, IJsselmonde, Overschie en Schiebroek. Bovengenoemde gemeenten leverden Rotterdam voldoende grondgebied voor geplande stadsuitbreidingen.   Lange tijd kende de stad maar één vaste oeververbinding in de vorm van de Maasbrug. Voor voetgangers en fietsers waren er dan wel de vele heen-en-weer bootjes, maar pas na de opening van het wagenveer Park – Charlois op 9 september 1927 werd het duidelijk dat voor de veranderde vervoersstromen een twee vaste oeververbinding nodig was. In het drukke havengebied was een brug niet gewenst en zo begon men op 15 juni 1937 met de aanleg van de Maastunnel. Vanaf 14 februari 1942 kon het verkeer van de tunnel gebruik gaan maken. De Duitse bezetter deed uitermate geheimzinnig over deze tunnel. Er mocht niets over gepubliceerd worden.
Fotograferen was in heel Rotterdam al verboden en de Maastunnel lag ook nog eens in de Citadel, een Duits verdedigingssysteem rond de havens. Hierdoor zijn er van de aanleg van de trolleylijn en de eerste proefritten nauwelijks foto’s gemaakt.   In diverse naoorlogse publicaties heeft de toen weer in ere herstelde RET-directie de trolleyplannen afgedaan als een onzinnig plan van de NSB-leiding. Dat doet op een aantal punten toch onrecht aan de werkzaamheden van ir. Koldijk, in de oorlog een correcte vaderlander. Ir. Koldijk was, afgestudeerd in de sterkstroom, al in 1936 betrokken bij een studiecommissie rond het openbaar vervoer in Rotterdam. Op dat moment werd al onderzocht of de trolleybus een goed alternatief zou kunnen vormen voor minder drukke tramlijnen. De commissie sprak in 1937 haar voorkeur uit voor handhaving van de meeste tramlijnen en eventuele uitbreiding van het lijnennet met autobuslijnen uit te voeren.   In 1942 bracht hij het onderwerp trolleybus weer ter sprake, niet alleen binnen de RET, maar ook in een landelijke studiecommissie, o.a. met Ir. Van den Honert (GETA – Arnhem), waarvan hijzelf voorzitter was geworden. Deze commissie gaf de aanzet tot de ontwikkeling van een standaard Nederlandse trolleybus. Een prototype is inderdaad na de oorlog ontstaan op een DAF-chassis met een carrosserie van Verheul en de elektrische installatie van Smit uit Slikkerveer.   Door de brandstofschaarste ging Ir. Koldijk onderzoeken of de introductie
Trolley 911 van de RET tijdens een proefrit op 19 mei 1944 (!) in de buurt van de Rochussenstraat in Rotterdam. Deze foto toont de na-oorlogse DAF-trolley met elektrische installatie van Smit-Slikkeveer. Het mysterie van de Rotterdamse trolleybus. Rotterdam, Nederland
Kies pagina 15 oktober 1927 15 oktober 1927 De trolley, een haalbare kaart? De trolley, een haalbare kaart? September 1943 September 1943 Volgende pagina Volgende pagina