Nederlandse Trolleybus Vereniging Trolleybussen in Nijmegen GTN 43; instructie rit op de Hatertseweg; mei 1952 - archief Gert Aberson GTN 25 en 47 op het Stationsplein; 9 juli 1952; foto Overwater - archief Gert Aberson GTN 41 op lijn 1 bij het eindpunt Oude Molenweg; 17 augustus 1953 - foto EJ Bouwman CVD 515, lijn 4, en 501, lijn 1, op het Plein 1944; 29 april 1961; foto EJ Bouwman CVD 516 op lijn 4 bij de Goffert; 15 mei 1959; foto EJ Bouwman CVD 503 op lijn 1 moet even op de Bijleveldsingel de pootjes overzetten; 8 oktober 1966; foto EJ Bouwman. Na de 2de wereldoorlog
Nijmegen beschikte na de Tweede Wereldoorlog, in tegenstelling tot Arnhem, nog over een volledig tramnet. Er was echter wel het nodige vernield en het tramnet vertoonde nogal wat sporen van slijtage. Daarom besloot de gemeenteraad op 24 mei 1950 om tramlijn 1 om te zetten in een trolleylijn. Verder werd besloten om tramlijn 2 naar Berg en Dal en tramlijn 3 naar Hees in bedrijf te houden tot de geplande tunnel onder het Stationsplein gereed zou zijn. Deze tunnel werd echter pas in 1966 in gebruik genomen en toen was de tram al lang verdwenen. Net als in Arnhem werd de bovenleiding aangebracht door Kummler & Matter. Begin 1952 werd begonnen met het zuidelijke deel van lijn 1 omdat de montage hier wat eenvoudiger was dan op het overige deel, waar de trambovenleiding in de weg hing. Op 6 maart 1952 was de bovenleiding op de Hatertseweg en van de zuidelijke eindlus gereed. Waar de Hatertseweg op de St. Annastraat uitkomt, werd een provisorische aansluiting op de trambovenleiding aangebracht. Voor de trolley werd de spanning van de tram overgenomen: 800 Volt in plaats van de meer gebruikelijke 600 Volt. Door de bij de Hazenkampseweg geplande keerlus om te draaien, ontstond een ca. 2
kilometer lange instructie-/proeflijn. Op 9 juli 1952 werd trolleylijn 1 in gebruik genomen tussen het Station en de Oude Molenweg, nadat in twee dagen tijd de trambovenleiding was verwijderd. Vanaf 15 november 1952 kon ook het traject van het Station naar Julianaoord met trolleys worden bediend. Lijn 1 was hiermee 9 kilometer lang. Op dit traject bevond zich bij Hengstdal en bij de Sparrestraat een keerlus, laatstgenoemde zonder inrijwissel. Voor de exploitatie waren 14 trolleybussen aanwezig die in januari 1951 waren besteld. Verheul bouwde de carrosserie op een chassis van British United Traction (BUT), type 9721T met een elektrische installatie van de English Electric Company (EEC). Technisch waren deze trolleys gelijk aan de Arnhemse 101-serie, het uiterlijk was echter moderner. De motoren van de eerste twee Nijmeegse trolleys werden in Arnhem gemonteerd. De Nijmeegse trolleys waren uitgerust met tl-buizen die direct werden gevoed uit de bovenleiding waardoor het licht onder stroomloze stukken in de bovenleiding uitviel.
Tekst: Gert Aberson
CVD 519 als lijn 4 op de Hazenkampseweg; 2 maart 1968; foto Cor Campagne CVD 516 als lijn 4 op de Willemsweg; 17 mei 1959; foto EJ Bouwman CVD 514 in de eindlus Hengstdal; 02 maart 1968; foto Cor Campagne GTN 41 als lijn 1 op het Stationsplein; 13 juli 1957; foto EJ Bouwman GTN 47 en 45 rijden tijdens de openingsrit op de Oude Molenweg; 9 juli 1952; foto Overwater GTN trams en trolleys in de remise op de Waalkade; archief Cor Campagne CVD 509 als lijn 4 op het Plein 1944; archief Gert Aberson CVD 511, 504 en 507 in de remise aan de Waalkade; 19 april 1957; archief Gert Aberson CVD 515 als lijn 4 op het Stationsplein; Pasen 1967; foto Wim van der Plaats CVD 513 als lijn 1 rijdt op de Spoorstraat; dia J.W.A. Poortermans Nijmegen, Nederland
Kies pagina Na de 2de wereldoorlog Na de 2de wereldoorlog De eerste trolleybussen De eerste trolleybussen Vanaf 1965 Vanaf 1965 Lijnennetkaarten Lijnennetkaarten Volgende pagina Volgende pagina