Nederlandse Trolleybus Vereniging Een leven (z)onder spanning Afbraak trolleynet op Stationsplein van Nijmegen; 28 augustus 1969; archief Gert Aberson Bovenleiding op het Stationsplein van Nijmegen tussen 1966 en 1969; archief Gert Aberson CVD montagewagen op het Stationsplein; archief Gert Aberson Groningen - Bovenleiding tussen beide Markten in 1927; foto GVG Oude en nieuwe bovenleiding op de Grote Markt van Groningen op 11 december 1949; foto Overwater GVA  4, 12, 1 en 3 op 11 mei 1988; foto Paul van Onzen
Onderlinge band Het is ook mede daarom dat monteurs bovenleiding een hechte groep vormen. Ruud: “Het is belangrijk dat we van elkaar op aankunnen. Je mag nooit in je eentje aan de bovenleiding werken, maar altijd met z'n twee, voor het geval er iets misgaat.” Die onderlinge band vindt Ruud zeer belangrijk. “Om de beurten heb je met z'n tweeën storingsdienst. Soms zie je even niet direct de oplossing. Dan bel je een collega en die komt dan gewoon. Of het nu 's nachts is of midden in de winter, als collega's zijn we er altijd voor elkaar. Dat is toch mooi?” Aan trammelant heeft de goedlachse Ruud dan ook een hekel. “Als er al eens wat gedoe is, gaat de deur op slot en lossen we het onderling op, zonder baas. Dat werkt goed.” Wat het werk als monteur bovenleiding interessant maakt, is de variatie. Reviseren, verbeteren, snel een noodoplossing aanbrengen. Een keer in de week vindt lijncontrole plaats waarbij het hele traject van zo'n 50 kilometer, circa 200 kilometer rijdraad, wordt nagelopen. “Grote reparaties doen we 's nachts, als de stroom er volledig af is. Tegenwoordig mag je vanwege allerlei veiligheidsredenen nog maar heel weinig onder spanning doen. Als je het zo bekijkt, leven we eigenlijk zonder spanning.” Collega Rob Koppelman over Ruud “Je kunt altijd van hem op aan. Hij ziet er stoer uit, maar is als mens zeer rustig. En hij is de Willie Wortel van het bedrijf. Als er iets nieuws
Volgende pagina Volgende pagina
problemen met de elektronica. Het systeem moet het doen bij, zoals nu, min 15 graden, maar ook in hoogzomerse tijden. Het meedenken en verbeteren, dat je geen trammelant hebt aan het systeem, vind ik leuk om te doen.” Ruud heeft in de veertig jaar dat hij al in Arnhem rondloopt veel veranderd en verbeterd. In eerste instantie gingen zijn hersenspinsels in de ideeënbus. “Ik heb ooit nog eens een mooie bonus ontvangen, omdat mijn ingediende oplossing zeer goed was voor het bedrijf. Op een gegeven moment was die ideeënbus er echter niet meer. Connexxion was vast bang dat ze arm van me werden”, lacht Ruud. Brandblaren Op 18-jarige leeftijd werd Ruud door zijn toenmalige werkgever gedetacheerd aan Connexxion met de woorden: 'Ruud, je moet in Arnhem iets doen met draden in de lucht of zo'. “Die eerste keer tussen die draden is apart hoor. Sta je tussen 700 volt, 1.000 ampère, iets meer dan het stopcontact thuis hè.” Hij heeft in zijn carrière twee 'goede' klappen gehad. “Gelukkig alleen maar brandblaren. Maar soms zeg je wel eens tegen elkaar: we hebben weer geluk gehad.” Ruud benadrukt dat de mechanische spanning echter veel gevaarlijker is dan elektrische spanning. “Lijndraden die met een kracht van 500 kilogram worden aangespannen, dat is net een pijl en boog. Als je aan de verkeerde kant staat en er knapt iets, word je letterlijk weggeschoten.”
Vorige pagina Vorige pagina
2